Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigation

Persoonlijke hulpmiddelen

Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home / Specifieke thema's / De troeven van het industrieel en economisch erfgoed
U bent hier: Home / Specifieke thema's / De troeven van het industrieel en economisch erfgoed

De troeven van het industrieel en economisch erfgoed

Voormalige onderneming Besse - Meli 1 Voormalige onderneming Besse - Meli 2

Voormalige onderneming Besse - Meli, Scheldestraat 122 te Sint-Jans-Molenbeek, J. Rau, 1908. Beschermd in 1997. Restauratie en herbestemming door J. Crépain in 1999.
© KCML - Foto’s Ph. De Gobert.

De bloei van de industrie in de 19e en 20e eeuw was bepalend voor de wijze waarop het stedelijke weefsel van de hoofdstad vorm kreeg, vooral in gemeenten als Sint-Jans- Molenbeek of Anderlecht, maar ook in de zone langs het kanaal Brussel-Charleroi. In sommige buurten is het industriële erfgoed vandaag nog steeds alomtegenwoordig, zoals in de havenwijk waar industriële sites als de Citroëngarage, de ‘Mestbak’, Thurn en Taxis en de stapelplaatsen van Delhaize tot de meest opvallende voorbeelden behoren. Maar ook in andere wijken treft men vaak een hoge concentratie van markante industriepanden aan waaronder slachthuizen, brouwerijen, tabaks- en chocoladefabrieken, enz.

Omwille van de naoorlogse economische veranderingen, de oprichting van het eengemaakte Europa en de bloei van de tertiaire sector, viel het hechte industriële netwerk in Brussel steeds verder uit elkaar. Vele werkplaatsen en fabriekspanden verloren hierdoor hun oorspronkelijke functie. Sommige vielen al ten prooi aan afbraak, maar de groeiende aandacht voor dit erfgoed in de jongste decennia, leidde ook tot een aantal beschermingen. Vele gebouwen werden ondertussen ook aangepast aan nieuwe bestemmingen.

De bijzondere kwaliteiten van de meeste industriële gebouwen betekenen doorgaans een reële toegevoegde waarde voor de stad. Hun typologische, ruimtelijke en technische eigenschappen zijn wat dit betreft uitzonderlijke troeven: het dragend vermogen en de grote weerstand van de vloerplaten, de reikwijdte van de gebinten en structuren, de thermische inertie, de kwaliteit van de materialen enz.

Maritiem station Thurn en Taxis

Maritiem station van Thurn en Taxis, E. Picardlaan te Sint-Jans-Molenbeek, E. Van Humbeek, 1904-1907.
© Foto M.-F. Plissart.

Vandaag bestaat echter een groeiende tendens om leegstaande industriële gebouwen te herbestemmen als woningen (lofts) of voor culturele activiteiten. Hoewel deze functies in bepaalde gevallen een uitweg kunnen bieden, worden hun constructieve eigenschappen hierbij niet echt ten volle benut. Het zoeken naar nieuwe activiteiten en programma’s waarin zowel de erfgoedkundige en intrinsieke eigenschappen van de fabriekspanden, als de bestaande omgevingsfactoren (nabijheid van, transportinfrastructuur, sociale woonwijken, enz.) op een doordachte manier geïntegreerd worden, vormt dan ook een ware uitdaging. In een gewest als Brussel, waarvan de ontwikkeling geografisch beperkt is, biedt het industriële erfgoed een uitstekende kans om nieuwe stedelijke ontwikkelingspolen uit te bouwen. Het vinden van nieuwe economische activiteiten, aangepast aan de gebouwen, speelt een zeer belangrijke rol in de heropleving van stadswijken. Oude fabriekspanden en ateliers kunnen hierbij gebruikt worden om opnieuw een vermenging van functies tot stand te brengen, waarbij kan worden gedacht aan gespecialiseerde beroepen uit onder meer de restauratie- en renovatiesector.

Document acties